Buur, hoe is het met u?

Home > Inwoners & Ondernemers > Buur, hoe is het met u?

Buur, hoe is het met u?

                                          

Maakt u zich zorgen om een buur?

Maak je je zorgen om een buur? Blijf er niet mee rondlopen. Misschien is er niets aan de hand maar wat als je zorgen terecht zijn? Praten met de buur of met anderen kan al een belangrijke stap zijn. Hiermee kun je een belangrijke rol spelen in het leven van de ander.

Maak een praatje met je buur

Maak een praatje met de buur. Laat merken dat je geïnteresseerd bent in hoe het met hem of haar gaat. Zo weet je buur dat dat hij of zij niet alleen is.

Stel een open vraag (wie, wat, hoe…)

Na een paar korte ontmoetingen kan je voorzichtig een open vraag stellen over waar je je zorgen om maakt. Zo hoor je hoe het met je buur gaat. Dit kan bijvoorbeeld al na een paar keer gedag zeggen.

Tip: oordeel niet. Oordeel ook niet over mogelijk betrokken familie of vrienden. Mensen zijn loyaal en zullen niet snel negatief doen over mensen die dichtbij staan of waar zij afhankelijk van zijn.

Hoe voer je een goed gesprek met een buur waar zorgen over zijn?

  • Ga eens in gesprek over wat je ziet:
  • "Ik maak me zorgen over of u, omdat..."
  • "Het viel me op dat… wat vindt u daar van?"
  • "Zal ik binnenkort (nog) eens langskomen om te kijken hoe het gaat?"
  • "Wat zou u willen dat er beter of anders wordt?"

Deel je zorgen met anderen

Het is fijn om je zorgen te delen met anderen die de buur ook kennen. Bijvoorbeeld met andere buren, een vriend, familielid of verzorger. Je bent vast niet de enige die de buur kent. Praat met elkaar over je zorgen, samen weet je vaak meer. De een hoort iets, de ander heeft misschien iets gezien. Op deze manier kom je er samen achter of er iets aan de hand is. En als je je zorgen deelt, kun je ook samen nadenken over hoe je de ander kunt helpen.

Tip: benoem wat je hebt gezien en vraag of de ander dit signaal herkent.

  • Door open vragen te stellen, blijf je weg van beschuldigingen.
  • Trek niet te snel conclusies, roddelen helpt niemand.
  • Benoem om welk gedrag er zorgen zijn. Vraag aan een ander of hij of zij deze signalen herkent. Bijvoorbeeld: ‘Het valt me op dat de buur er vaak onverzorgd uit ziet. Zijn er dingen die jou opvallen?’ Vraag of de ander zich hier ook zorgen om maakt.  Bedenk samen wat je kunt doen. Bijvoorbeeld de situatie in de gaten houden of met de buur praten.

Heb oog voor elkaar

Ook als u geen zorgen hebt over een buur werkt aandacht voor elkaar mee aan een gezellige en prettige buurt om in te wonen. Elkaar groeten en af en toe een praatje maken draagt hieraan bij.