Eigen speeltoestellen in de openbare ruimte

Buitenspelen is leuk en gezond. Soms plaatsen bewoners een speeltoestel, zoals een schommel of glijbaantje, in de openbare ruimte. Dat mag, als het toestel veilig is voor kinderen en als u het toestel na het spelen weer binnenzet. 

Sommige toestellen zijn niet veilig genoeg om in de openbare ruimte te zetten, zoals een trampoline, luchtkussen of zwembad. Hieronder staan de spelregels waarmee u rekening moet houden. 

Spelregels voor het neerzetten van speeltoestellen in de openbare ruimte

  • U bent verantwoordelijk voor het speeltoestel. Het toestel moet veilig zijn om mee te spelen.
  • U houdt de spelende kinderen in de gaten, zodat zij op een veilige manier met het speeltoestel omgaan.
  • U ruimt het speeltoestel elke dag na het spelen weer op. Het toestel mag niet in de openbare ruimte blijven staan of hangen.
  • Het toestel moet in goede staat zijn, zodat kinderen geen risico’s lopen.
  • Het toestel mag niet verankerd staan in de grond. U en anderen moeten het kunnen verplaatsen.
  • Het toestel mag geen schade veroorzaken aan de ondergrond, planten en bomen.
  • Het toestel mag niet op de stoep, dicht bij een weg of fietspad staan.
  • Trampolines, luchtkussens en zwembaden (met een waterhoogte van 30 cm of hoger of een randhoogte van 50 cm of hoger) zijn niet toegestaan. Het risico op ongelukken in de openbare ruimte is bij deze speeltoestellen te groot.
  • Boomhutten zijn niet toegestaan. Zij veroorzaken schade aan de bomen in de openbare ruimte. 

Overleg met uw buurtgenoten

Wil u een speeltoestel neerzetten in de openbare ruimte? Overleg dit eerst met uw buurtgenoten. Zoek naar een oplossing als een buurtgenoot wensen of bezwaren heeft.